Algemeen

Home & Placemaking (HPM) is een methodiek die professionals ondersteunt om samen met een cliënt met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) te onderzoeken welke plekken in het dagelijks leven betekenisvol zijn. Het gaat dan om plekken die betekenisvol waren vóór het oplopen van het NAH, nu juist betekenisvol zijn of plekken die weer betekenisvol kunnen worden. Denk aan thuis, werk, de buurt, dagbesteding, school, sport of vrije tijd.

De aandacht bij Home & Placemaking gaat uit naar het leven dat iemand leidt; naar de plekken waar iemand zich thuis voelt of juist niet meer; naar activiteiten in dat leven; relaties met anderen en rollen en routines die met plekken verbonden zijn. Zo staat bij HPM niet de aandiening of behandeling centraal, maar het leven van de cliënt.

HPM is ontwikkeld vanuit onderzoek en praktijk rond mensen die na een ingrijpende gebeurtenis, zoals NAH, hun dagelijks leven opnieuw moeten vormgeven. De methodiek is bedoeld voor professionals in zorg en welzijn die mensen op een vernieuwende en effectieve manier willen ondersteunen bij dit proces. Hierbij is expliciet aandacht voor betekenisvolle plekken en hun bijdragen aan herstel, participatie, identiteit en kwaliteit van leven.

Home & Placemaking (HPM) neemt het leven en niet de aandoening als uitgangspunt. Het gebruikt betekenisvolle plekken als ingang om het dagelijks leven te begrijpen. Daardoor komen niet alleen beperkingen of zorgdoelen in beeld, maar ook identiteit, verbondenheid, verlies, hoop, rollen en mogelijkheden. 

HPM biedt een denkraam en praktische hulpmiddelen voor maatwerk. De professional en persoon met NAH werken samen en onderzoeken eerst wat een plek betekent voordat een professionele oplossingen worden voorgesteld. 

HPM richt zich niet alleen op herstel, maar ook op deelname aan het dagelijks leven. Door betekenisvolle plekken in kaart te brengen en te verkennen, ontstaat inzicht in persoonlijke wensen, mogelijkheden en uitdagingen. Hierdoor kan ondersteuning beter aansluiten op wat iemand nodig heeft om een waardevol en betekenisvol leven te leiden. Door naasten te betrekken bij HPM ontstaat er meer begrip voor hetgeen de persoon met NAH in het dagelijks leven tegenaan loopt.

Veel mensen met NAH ervaren momenteel pas na de revalidatie echt de impact van hun hersenletsel en de restverschijnselen op het dagelijks leven. Juist wanneer de intensieve begeleiding stopt en het ‘gewone leven’ weer moet worden voortgezet, ontstaan vragen over participatie, sociale contacten, vrijetijdsbesteding en zelfstandig functioneren. Home & Placemaking helpt professionals om mensen te ondersteunen bij het opnieuw vormgeven van hun leven en het vinden van betekenisvolle plekken en activiteiten die aansluiten bij hun persoonlijke situatie. Op deze manier ondersteunt HPM in het voorkomen van het “zwarte gat” waar mensen na revalidatie in kunnen belanden.

Veel mensen met NAH trekken zich terug uit sociale situaties door overprikkeling of doordat ze zelf moeilijk kunnen inschatten wat nog wel en niet meer lukt, waardoor het risico op sociaal isolement toeneemt. Door met HPM juist de plekken in kaart te brengen waar contact vroeger vanzelfsprekend was, wordt zichtbaar hoe die plekken bijdragen aan het sociaal welbevinden. Vervolgens kan ook aandacht en hulp geboden worden om deze plekken op een andere, minder belastende manier weer een rol te laten spelen in iemands leven. Hierdoor kan iemand sociaal betrokken blijven, hetzij op een soms aangepaste manier.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Het IZA stimuleert versterken van de zelfredzaamheid, preventie, passende zorg en samenwerking over domeinen zorg en welzijn heen. HPM ondersteunt de doelen van IZA door patiënten actief te betrekken en hun zelfredzaamheid te vergroten. Daarnaast stimuleert het de samenwerking tussen organisaties en domeinen door de overgang van zorg naar dagelijks functioneren te verbeteren. De methodiek gaat over het verbeteren van leven met NAH, zowel fysiek als sociaal en zoweel op het gebied van gezondheid als het welbevinden en kwaliteit van leven.

Iemand die te maken krijgt met NAH komt in begeleiding terecht bij diverse professionals zoals: revalidatiearts, verpleegkundige, ergotherapeut, fysiotherapeut en logopedist. Maar later in het traject ook bij de maatschappelijk werker, buurtsportcoach, welzijnswerker en/of (mede)ervaringsdeskundige. Deze professionals kijken vaak vanuit het eigen professionele perspectief. HPM ondersteunt om te redeneren vanuit een gemeenschappelijk vertrekpunt, namelijk: Wat is voor persoon met NAH belangrijk in het dagelijks leven? Door te kijken vanuit de leefwereld van de persoon, ontstaat een gemeenschappelijke taal en gemeenschappelijke doelen, waardoor ook domeinoverstijgende samenwerking makkelijker wordt en zelfs essentieel is om het leven weer vorm te geven.

HPM draagt bij in de maatschappelijke beweging van minder verblijf, kortere behandeltrajecten en meer ondersteuning in de thuissituatie. De methodiek zorgt voor verbinding met het dagelijks leven van de hulpvrager en met wat voor de hulpvrager belangrijk is. Naarmate meer revalidatie buiten de zorginstelling plaatsvindt, wordt goede begeleiding en monitoring, gericht op het dagelijks leven en de (thuis)situatie belangrijker. Precies daar past het kijken naar betekenisvolle plekken voor individuen dus perfect.

Veel mensen met NAH ervaren dat taken en beslissingen die vroeger vanzelfsprekend waren, na de gebeurtenis worden overgenomen door naasten of professionals. Door bij HPM de hulpvrager zelf eigenaar te maken van het proces rond zijn of haar plekkenkaart, blijft de regie zoveel mogelijk bij de hulpvrager liggen. Eigenaar van zijn of haar plekkenkaart betekent namelijk ook regie over hulp bij betekenisvolle plekken in het eigen leven.

Veel mensen met NAH voelen zich, ondanks dat ze fysiek nog thuis wonen, niet meer overal in huis of in de buurt thuis, omdat vertrouwde plekken door de veranderde situatie ineens anders aanvoelen. Door met HPM juist deze plekken opnieuw te verkennen, wordt duidelijk wat nodig is om iemand niet alleen fysiek, maar ook mentaal thuis te kunnen laten wonen. Kwaliteit van leven neemt hierdoor toe, wat algemene gezondheid bevordert.

Veel mensen met NAH worden vooral benaderd vanuit wat er medisch of functioneel niet meer lukt, terwijl juist zingeving en het gevoel ergens bij te horen net zo bepalend zijn voor hun welzijn. Door met HPM vanuit betekenisvolle plekken te werken in plaats van vanuit beperkingen, sluit het aan bij de bredere kijk op gezondheid in de dagelijkse praktijk.

Professionals in zorg en welzijn

Home & Placemaking biedt een concrete manier om het dagelijks leven en de leefwereld van de persoon met NAH in gesprekken te betrekken. Door een beter beeld van zijn/haar leefwereld is het gemakkelijk om maatwerk in de revalidatie te leveren. Het maken van een plekkenkaart kan overzicht en structuur geven, zowel voor professional als hulpvrager. De gesprekstechnieken helpen om de nieuwe inzichten, de verdieping, de eigen regie en haalbare vervolgstappen te ondersteunen. 

Dit is een terechte en wezenlijke zorg. Maar nee, het is niet iets “extra’s”. Door HPM te verbinden aan bestaande momenten, zoals intake, zorgplan, evaluatie en/of teamoverleg, integreer je het in je bestaande werk. Dit is ook de beste manier om ermee aan de slag te gaan, en voorkomt dat HPM losstaat of uit beeld raakt na de training. Home & Placemaking is bedoeld als een andere manier van kijken, luisteren en gesprekken voeren binnen het bestaande werk. Het is dus een aanvulling op de rugzak met kennis en vaardigheden die je als professional al hebt.

Om HPM zorgvuldig toe te passen, volg je eerst de HPM-training. In deze training leer je meer over de Home & Placemaking methodiek, praktische toepassingen en tools die bijdragen aan hoopvolle perspectieven en hernieuwd thuis gevoel bij de cliënten. Je oefent tijdens de training met ervaringsdeskundigen. Zo ben je goed voorbereid om met je kennis, nieuwe inzichten en ervaringen weer het werkveld in te gaan.

Meer informatie over de training vind je hier.

De trainingen bestaat uit 4 sessies waarin zowel aandacht is voor theorie als praktijk. Ook zal worden geoefend met ervaringsdeskundigen. Inclusief voorbereiding en huiswerkopdrachten ben je ongeveer 20uur kwijt aan de gehele training. Er is de mogelijkheid om een verdiepende module toe te voegen over de systemische kijk. Deze neemt inclusief voorbereiding 5 uur in beslag.

Een trainingsgroep bestaat uit maximaal 15 deelnemers. Na succesvolle afronding ontvang je een certificaat en ben je opgeleid tot HPM-coach.

Meer informatie over de training vind je hier.

Meer informatie over de verdiepende module vind je hier.

Na de training begin je bij voorkeur klein, bijvoorbeeld met enkele cliënten binnen één team. Bespreek vooraf met je leidinggevende hoeveel tijd beschikbaar is, bij wie je terechtkunt met vragen en hoe ervaringen worden geëvalueerd. Gebruik HPM binnen bestaande contactmoment en bespreek je ervaringen regelmatig met een collega HPM-coach, trainer of intervisiegroep. 

Wanneer je de HPM training hebt gevolgd, kun je je aanmelden voor het Train-de-Trainer programma. In dit traject leer je hoe je de HPM training zelf kunt geven. Voor deelname gelden selectiecriteria en er vindt eerst een intakegesprek plaats. De Train-de-trainer wordt alleen gegeven bij voldoende interesse, na aanmelding kan de daadwerkelijke start dus even op zich laten wachten.

Meer informatie over de train-de-trainer vind je hier.

Overtuigen werkt het best met een combinatie van praktijkverhalen en duidelijke onderbouwing. 

  • Gebruik concrete voorbeelden hoe HPM in jouw werk bijdraagt aan het welzijn van de cliënten.
  • Gebruik concrete ervaringen van cliënten en (mede-)professionals die zichtbaar maken wat HPM in het dagelijks leven en in het werk betekent en hoe het jouw inspiratie en motivatie als professional vergroot.
  • Koppel HPM en jouw successen aan bestaande organisatiedoelen, zoals maatwerk, kwaliteit van leven, gelijkwaardige samenwerking, medewerkerstevredenheid en/of meer ambulant gaan werken.
  • Vraag voor de mogelijkheden van een pilot. Bespreek vooraf wat je wilt leren en welke informatie je verzamelt. Combineer ervaringen met enkele vooraf gekozen meetpunten en benoem ook knelpunten en onverwachte effecten.
  • Creeër in de pilot samen duidelijkheid over wat HPM vraagt aan tijd, geld en organisatie en welke mogelijke opbrengsten het voor de organisatie oplevert.

Directie, management en leidinggevenden in zorg en welzijn

HPM is een aanpak die het leven van iemand met NAH centraal stelt. Omdat er vanuit het leven wordt gekeken naar de hulp die nodig is, biedt het een gedeelte taal om revalidatie én participatie vorm te geven. Niet alleen samen met de persoon met NAH, maar ook in multidisciplinaire teams en overdrachten tussen verschillende domeinen. HPM kan zodoende helpen om observaties en doelen vanuit verschillende disciplines en domeinen met elkaar te verbinden. 

Veel professionals ervaren dat de ondersteuning nu vaak is opgedeeld in verschillende
trajecten, bijvoorbeeld voor medische, sociale of praktische vragen. Daardoor zien
hulpverleners niet altijd het complete plaatje van iemands situatie. HPM kijkt juist naar
het geheel. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het bestaande netwerk van familie, buurt,
vrijwilligers, professionals en voorzieningen rond de hulpvrager. Hierdoor wordt
ondersteuning beter op elkaar afgestemd, verdeeld en kan sneller worden aangesloten
bij wat er al aanwezig is.

Als je wilt dat HPM blijvend onderdeel wordt van de manier waarop je werkt, is een gestructureerde start belangrijk. Begin klein, leer van de praktijk en werk vanaf het begin toe naar duurzame inbedding. 

  • Bepaal waarom je met HPM wilt werken: Beschrijf welke vraag, uitdaging of ontwikkelopgave HPM binnen jouw organisatie kan helpen aanpakken. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van persoonsgerichte zorg, eigen regie, kwaliteit van leven of het beter aansluiten bij het dagelijks leven van cliënten. 
  • Betrek betrokken stakeholders vanaf het begin: Succesvolle invoering vraagt om bestuurlijke steun, eigenaarschap en betrokkenheid vanuit de praktijk. Betrek daarom directie en management, teamleden en andere relevante betrokkenen vanaf de start.
  • Besluit met betrokken de stakeholders wie verantwoordelijk is voor het project: Voorzie deze implementatiecoördinator van voldoende tijd en een realistisch budget om implementatie in stappen mogelijk te maken. Wijs een kartrekker en eventueel een implementatiecoördinator aan.
  • Denk vanaf dag één aan borging: Wacht niet tot het einde van een pilot om na te denken over de toekomst. Kijk vanaf het begin hoe HPM kan aansluiten bij bestaande werkprocessen, scholing, beleid en kwaliteitsontwikkeling. Investeer in tijd en geld. Houd in je begroting rekening met HPM. Denk ook aan coaching, intervisie, materialen en eventueel het Train-de-Trainer traject wanneer je organisatie eigen trainers wil opleiden.
  • Sluit de gedachte en werkwijze aan op de visie en strategie van de organisatie: Kijk of/waar je het kan inbedden in bestaande projecten, werkwijzen en beleid.
  • Regel randvoorwaarden zoals tijd voor trainingen, toepassing in de praktijk, intervisie en evaluatie; ondersteuning die medewerkers nodig hebben om met HPM aan de slag te gaan; ruimte in roosters om met HPM te oefenen; Beschikbare middelen, scholingsbudgetten en/of subsidieregelingen.
  • Bepaal welke ervaringen, opbrengsten en aandachtspunten je wilt verzamelen. Kijk daarbij niet alleen naar ervaringen van professionals, maar ook naar die van cliënten en naasten. Deze informatie uit de pilot kunnen je helpen met het vervolgbesluit.
  • Kies een duidelijk startpunt: Begin met één team, locatie of doelgroep. Een kleinschalige start, zoals een pilot, maakt het mogelijk om ervaring op te doen, te leren van de praktijk en de invoering overzichtelijk te houden.
  • Evalueer en neem een bewust vervolgbesluit: Bespreek na de eerste periode wat HPM heeft opgeleverd, welke knelpunten zijn ervaren en wat nodig is voor een volgende stap. Besluit vervolgens of HPM wordt voortgezet, aangepast, uitgebreid naar andere teams en/of verder wordt opgeschaald.

Succesvolle implementatie vraagt om actief en zichtbaar leiderschap met inhoudelijke visie op zorg en hoe HPM daaraan bijdraagt. Wanneer leidinggevenden niet alleen toestemming geven, maar ook eigenaarschap tonen, neemt de kans toe dat HPM duurzaam wordt ondersteund en ingebed in de dagelijkse praktijk.

  • Identificeer vroegtijdig de belangrijkste stakeholders binnen de organisatie, zoals kartrekkers, teamleiders, kwaliteitsmedewerkers, opleiders en andere sleutelfiguren en faciliteer ze voor deze implementatie. Betrek hen actief bij de implementatie, zodat zij kunnen meedenken, signalen uit de praktijk kunnen inbrengen en als ambassadeur kunnen optreden binnen hun teams.
  • Zorg voor structurele communicatie over de voortgang, ervaringen en behaalde resultaten. Door HPM regelmatig onder de aandacht te brengen, blijft het onderwerp zichtbaar en wordt het gezien als een integraal onderdeel van de organisatieontwikkeling, in plaats van een tijdelijk project.
  • Verbind HPM expliciet aan de strategische doelstellingen en visie van de organisatie. Laat zien hoe de methodiek bijdraagt aan thema’s als cliëntgericht werken, gelijkwaardigheid, herstelondersteuning en kwaliteit van leven. Hierdoor wordt HPM niet ervaren als een extra taak, maar als een praktische manier om bestaande ambities te realiseren.
  • Geef zelf het goede voorbeeld door het belang van HPM actief uit te dragen en ruimte te creëren voor medewerkers om ermee te werken. Zichtbare betrokkenheid vanuit het directie en management versterkt het vertrouwen en vergroot de bereidheid om de werkwijze toe te passen.
  • Wat helpt: Een duidelijke visie, een organisatie die innovatie een warm hart toedraagt, betrokkenheid en inzet van professionals én management, voldoende tijd om te experimenteren en vervolgens de geïntegreerde werkwijze toe te passen, scholing (nieuwe) collega’s, intervisie en (interne) coaches die collega’s ondersteunen.
  • Wat belemmert: Onduidelijke communicatie, verloop van getrainde medewerkers, te weinig tijd, hoge administratieve druk.

Negeer vragen en zorgen niet en probeer ze ook niet te omzeilen. Betrek collega’s die twijfelen actief bij het gesprek. Vraag wat zij lastig vinden, wat zij nodig hebben en welke oplossingen zij zelf zien. Niet iedereen hoeft even snel mee te gaan. Bij elke vernieuwing lopen sommige collega’s voorop, terwijl anderen liever eerst afwachten of het werkt bij anderen. Dat is een normaal patroon en geen teken dat de invoering mislukt. Laat kartrekkers zichtbaar hun ervaringen delen: collega’s overtuigen elkaar vaak sterker dan een instructie van bovenaf. 

Onderzoek ook op welk niveau de weerstand vooral zit, want dat vraagt elk een andere aanpak. Het kan gaan om twijfel bij de professional zelf, om spanning binnen het team, om praktische belemmeringen in de organisatie zoals tijd of prioriteiten, of om iets daarbuiten zoals regelgeving of financiering. Een gericht gesprek over de precieze oorzaak levert meer op dan een algemene overtuigingspoging. Zie terughoudendheid niet meteen als onwil. De ene collega is al klaar om te oefenen, terwijl een ander eerst wil begrijpen waarom HPM nodig is. Onderzoek daarom waar iemand vastloopt: 

  • Bewustzijn: begrijpt de collega waarom HPM nodig is? Zonder dit besef heeft een training of overtuigingspoging weinig zin, want dan speel je in op het verkeerde probleem.
  • Motivatie: ziet de collega voldoende reden om mee te doen? Twijfel kan bijvoorbeeld gaan over de meerwaarde of zorgen over extra werkdruk. Dit is vaak persoonlijk en vraagt een gesprek met de betreffende collega.
  • Kennis: weet de collega hoe HPM in de praktijk werkt? Hier helpt een training of instructie.
  • Vaardigheid: lukt het om HPM daadwerkelijk toe te passen in het werk? Er is dan vooral behoefte aan oefening, coaching of intervisie.
  • Bekrachtiging: is er voldoende steun om de werkwijze vast te houden? Denk aan terugkerende aandacht vanuit leidinggevenden, zichtbare erkenning, of opname in bestaande werkprocessen. Ook de mogelijkheid om er een eigen draai aan te geven en het delen van succesverhalen werkt stimulerend.

Eén enthousiaste kartrekker kan helpen om te starten. Maar als HPM afhankelijk blijft van één persoon, is dat kwetsbaar. Bij vertrek, ziekte of functiewisseling kan de werkwijze dan stilvallen. Succesvolle implementatie is afhankelijk van drie processen:

  • Verspreiding: HPM wordt opgepakt door nieuwe teams of locaties.
  • Opschaling: je bouwt als organisatie randvoorwaarden op, zoals trainers, materialen, tijd en ondersteuning.
  • Borging: HPM blijft op de lange termijn onderdeel van het werk, ook als de uitvoering onderweg wordt aangepast.

Om de implementatie een succes te maken kun je concreet denken aan de volgende acties: 

  • Leid meerdere mensen op. Werk toe naar een (kleine) groep HPM-coaches per team of locatie, in plaats van één expert.
  • Begin met een pilot, maar besluit ook wie de implementatiecoördinator is vóór het einde van de pilot. Deze coördinator bewaakt het verdere implementatieproces, de verbinding met beleid, middelen en besluitvorming. HPM-coaches en eventueel de HPM-trainers ondersteunen de inhoudelijke toepassing en scholing.
  • Borg kennis in de organisatie. Neem HPM bijvoorbeeld op in het inwerkprogramma, scholingsbeleid en functieprofielen.
  • Koppel HPM aan bestaande momenten in het werk, zoals MDO’s, zorgplan-overleg met cliënten, teamoverleg en/of functionele groepen. Zo blijft het geen losse methode naast het werk, maar wordt het onderdeel van hoe professionals samen met cliënten kijken naar herstel, participatie en kwaliteit van leven.
  • Leg vast wie verantwoordelijk is voor scholing, intervisie, materialen, kwaliteitsbewaking, communicatie en het inwerken van nieuwe medewerkers. Leidt bijvoorbeeld een eigen trainer op (met het Train-de-trainer programma). Daarmee bouw je als organisatie aan eigen opleidingscapaciteit, ben je minder afhankelijk van externe trainers en is het gemakkelijker om nieuwe collega’s bij te scholen.
  • Bouw aan een lerend netwerk. Interne trainers en coaches die elkaar regelmatig spreken, houden HPM levend en voorkomen dat de werkwijze verwatert.